Nederlands (NL-BE)

Financiele prikkels ter stimulering van het betatechnisch onderwijs

Datum 2009-11-30
Publicatienummer 2009.020
Opdrachtgever Platform Bèta Techniek
Expertise onderwijs
Samenvatting

Centraal in deze pilot-overstijgende evaluatie staan vier experimentele regelingen die beogen het bètaonderwijs te stimuleren via financiële prikkels: Bètabrug, Bètabeurzen, Smartcard Bètatechniek en Bèta1op1. Bij de evaluatie hebben we de volgende criteria gehanteerd:

  • effectiviteit;
  • efficiëntie;
  • organisatie en inrichting, en
  • aantrekkelijkheid.


Effectiviteit

Drie van de vier pilots zijn redelijk tot zeer effectief in de realisatie van de gestelde korte termijn doelen. Alleen de Smartcard pilot stelt in dit opzicht teleur. Voor zover relevant hebben we geen enkele harde indicatie van de mate waarin de pilots bijdragen aan de realisatie van de langere termijn doelstellingen. Onduidelijk is in hoeverre een bepaald resultaat kan worden toegeschreven aan een bepaalde regeling. In kwalitatieve termen kunnen twee van de vier pilots worden aangemerkt als redelijk tot zeer effectief (Bèta1op1 en Bètabrug). Bij twee van de vier pilots (Bètabeurzen en Smartcard Bètatechniek) plaatsen betrokkenen vraagtekens bij de effectiviteit van een financiële prikkel als middel om de studiekeuze te beïnvloeden. In hun ogen bepalen vooral intrinsieke motieven en de verwachting dat de opleiding aansluit op de capaciteiten van studenten de studiekeuze.

Efficiëntie

Bèta1op1 is een pilot met een hoge efficiëntie, waaraan de andere drie pilots niet kunnen tippen. Bètabrug lijkt een behoorlijke dure regeling (lage efficiëntie). Tussen deze twee extremen opereren de Bètabeurzen en de Smartcard pilots met een matige tot gemiddelde efficiëntie.

Organisatie en inrichting

Een van de vier Pilots (Smartcard) springt er -in termen van organisatie en inrichting- negatief uit, in vergelijking met de andere drie. Deze pilot is mislukt, vooral door verkeerde keuzes bij de inrichting. Bij de andere drie Pilots kunnen op dit vlak -betrekkelijk marginale- verbeterpunten worden benoemd. Bij Bètabrug hebben deze betrekking op de positionering en promotie van het programma, bij Bèta1op1 op de landelijke coördinatie (inmiddels achterhaald aangezien de hoger onderwijsinstellingen de coördinatie voor hun eigen regio hebben overgenomen), bij Bètabeurzen op suboptimale timing van de invoering en de vertraging in de informatievoorziening. Bij alle drie hebben deze onvolkomenheden geleid tot aanloopproblemen en een aarzelende start - onvolkomenheden die wellicht te voorkomen zijn bij een betere voorbereiding. Bij twee van de drie Pilots (Bètabeurzen, Bèta1op1) is het gebrek aan uniformiteit in de uitrol van de regeling mogelijk ook een factor die remmend heeft gewerkt op een effectieve uitrol.

Aantrekkelijkheid

Betrokken actoren zijn over twee van de vier Pilots (Bèta1op1 en Bètabrug) positief gestemd over de aantrekkelijkheid van de mogelijkheden die betreffende regeling biedt. Bij Bètabeurzen duidt de deelname aan deze Pilot weliswaar op aantrekkingskracht, maar dit is verder niet expliciet onderzocht. Bij de Smartcard Pilot bleken de ontwikkelde game onvoldoende geavanceerd om de leerlingen te kunnen boeien.

Download document
Download document

Bijbehorend project
> Meer informatie over dit project