Dialogic Blockchain Series #4

De juridische implicaties van blockchain

Het bijzondere aan de blockchaintechnologie is dat het regulerende technologie is. Daarmee stapt het binnen de grenzen van de juridische wereld. Dit betekent ook dat we blockchain – en alles wat daarbij komt kijken – willen kunnen scharen onder wettelijke regels. Daar komen veel vragen bij kijken.

Smart contracts

Zoals we eerder hebben gezien is de bitcoin-blockchain niet de enige toepassing van de blockchaintechnologie. Een bijzondere categorie van de blockchaintoepassingen zijn de zogenaamde smart contracts. Kenmerkend aan smart contracts is dat de uitvoering van overeenkomsten kan worden geautomatiseerd, waarmee dit niet langer afhankelijk is van het handelen en nalaten van partijen. Omdat de smart contract is opgeslagen in een blockchain, kan het ook niet door partijen worden gewijzigd. Maar wat nu als de uitvoering van een smart contract ongewenste consequenties heeft die partijen vooraf niet hebben voorzien? In 2016 ontstond er bijvoorbeeld een probleem op Ethereum, een platform voor smart contracts. Een Ethereum smart contract begon bedragen uit te keren aan een onbekende derde.

Om antwoord te kunnen geven op de vraag of partijen in zulke gevallen bescherming kunnen ontlenen aan de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, moet worden onderzocht of smart contracts in te passen zijn binnen de bestaande rechtsfiguren van het Nederlandse privaatrecht. Alleen dan kunnen partijen zich immers wenden tot de rechter met een vordering tot bijvoorbeeld nakoming of schadevergoeding.

Wilsovereenstemming

Het uitgangspunt van het Nederlandse privaatrecht is dat overeenkomsten vormvrij zijn. Al voor de opkomst van de blockchaintechnologie konden partijen (in theorie) hun overeenkomst vastleggen in programmeertaal. Wat nu wel nieuw is, is dat die afspraken door een netwerk van onafhankelijke derden wordt uitgevoerd en dat de uitkomst daarvan definitief is. Dit is precies waarom het onduidelijk is in welke mate een smart contract de wilsovereenstemming tussen partijen kan vertegenwoordigen. Dit speelt al helemaal als de contractspartijen geen programmeurs zijn en hun overeenkomst hebben laten opstellen door een derde.

Door de theorie van de geprogrameerde wil kunnen de consequenties van de automatische uitvoering van een smart contract worden herleidt naar de wil van de contractspartijen. In hoeverre ongewenste uitkomsten te herleiden zijn naar de wil van partijen is echter een open vraag. Ook brengt het gebruik van smart contracts nieuwe juridische vraagstukken met zich mee. Welke partij is bijvoorbeeld aansprakelijk wanneer de uitvoering van een smart contract anders verloopt dan beoogd? Deze vraag wordt zelfs nog complexer wanneer de fout zich niet voordoet in de broncode van de smart contract, maar in bijvoorbeeld het Etherum platform zelf.

Interpretatie

In klassieke contracten kunnen bepalingen nogal eens ambigue of vrij subjectief worden opgeschreven. Denk hierbij aan bepalingen als ‘afhankelijk van de omstandigheden van het geval’ en ‘partijen zullen zich in alle redelijkheid inspannen om […]’. Hierbij blijft altijd de vraag open hoe men deze omstandigheden en de inspanning van partijen meet en welke gevolgen eraan worden verbonden. Dit kan in bepaalde gevallen voor partijen voordelig zijn, bijvoorbeeld bij afspraken over onzekere, toekomstige situaties. Een smart contract zou met dergelijke bepalingen niet overweg kunnen, aangezien er menselijke interpretatie en afwegingen nodig zijn.

Waar de toepassing van blockchain juist wel interessant wordt, is bij contractsbepalingen waarbij het van belang is dat er bewezen kan worden dat een in de bepaling opgenomen handeling daadwerkelijk is verricht. Denk hierbij aan een betaling in ruil voor overdracht van bepaalde software. Als de blockchain geen tijdige of een onvolledige betaling registreert, zal er geen overdracht van de software plaatsvinden. Wordt er wel tijdig en volledig betaald, dan vindt er wel een overdracht plaats.

Smart of toch klassiek?

Men zou dus kunnen stellen dat smart contracts (vooralsnog?) vooral bruikbaar zijn als aanvulling op contracten in de klassieke zin. Het schrijven en vooral het uitleggen van contracten blijft voor een groot deel juristenwerk. Met name de rechtszekerheid van partijen is een belangrijke voorwaarde voor de acceptatie van smart contracts. Problemen zoals met het Ethereum smart contract werken dan ook ondermijnend voor het vertrouwen in de slimme contracten. Zolang smart contracts de rechtszekerheid niet vergroten ten opzichte van traditionele contracten, heeft het gebruik ervan weinig meerwaarde.

Afbeelding

Cryptocurrencies voor de rechter

Hoe zit het dan met de juridische kwalificatie van cryptocurrencies? In 2014 heeft de rechtbank Overijssel een belangwekkende uitspraak gedaan. In deze zaak, waarbij het ging om een mislukte verkoop van 2.750 Bitcoins, heeft zij zich uitgelaten over de vraag of Bitcoin in juridische zin is aan te merken als ‘geld’.

De rechter stelde voorop dat Bitcoin geen giraal geld is simpelweg omdat er geen sprake is van een bank- of giro-instelling. Logisch ook, want de absolute beschikking over de Bitcoin ligt bij degene die de privésleutel onder zich houdt en niet bij een derde partij. Bij een bank- of giro-instelling is het de instelling die jouw geld onder zich houdt voor jou.

Kan het dan gezien worden als ‘gangbaar geld’? Of hiervan sprake is, hangt vooral af van het feit of het een wettig betaalmiddel is. In het kader hiervan heeft minister Dijsselbloem al laten weten:

“De Bitcoin valt niet onder de definitie van (elektronisch) geld in de zin van de Wet op het financieel toezicht, onder meer omdat de Bitcoin geen vordering op de uitgever vertegenwoordigd.”

De rechter betrekt in zijn overwegingen ook de door de Europese Centrale Bank gegeven omschrijving van Bitcoin:

“[…] a virtual currency scheme based on a peer-to-peer network. It does not have a central authority in charge of money supply, nor a central clearing house, nor are financial institutions involved in the transaction, since users perform all these tasks themselves. Bitcoins can be spent on both virtual and real goods and services. Its exchange rate with respect to other currencies is determined by supply and demand and several exchange platforms exist.”

De uiteindelijke conclusie van de rechtbank – gelet op al het bovenstaande – is dat Bitcoin niet als geld kan worden aangemerkt, maar als ruilmiddel moet worden gezien.

Dat de rechterlijk macht in de toekomst terug zal komen op deze uitspraak is vrij aannemlijk, doch is de uitspraak van de Overijsselse rechter te begrijpen. Voor hen die zich er in interesseren is de vooruitgang en innovatie op het gebied van cryptogeld en blockchain duidelijk voelbaar. Voor de gemiddelde burger is dat echter (nog) niet het geval. Zij zullen de ontwikkelingen pas serieus nemen zodra er een gevestigde opinie is ontstaan. De rechterlijke macht is één van de instanties die hieraan kan bijdragen. Naar verwachting zullen de rechterlijke uitspraken op het gebied van cryptocurrencies en blockchain toenemen en daarmee ook de maatschappelijke interesse.

< Lees DBS #3               Lees DBS #5 >

 

Benieuwd naar meer?

Dialogic helpt publieke organisaties met beleidsvorming met en rondom nieuwe technologieën. In de Dialogic Blockchain Series leggen we uit wat blockchain kan betekenen voor overheden en behandelen we elke twee weken een ander onderwerp. Meld je dus nu aan en blijf op de hoogte!

[cm_form form_id=’cm_58f5fdd950bd8′]

Heb je vragen of ben je benieuwd wat blockchain voor jou kan betekenen? Neem contact op met Tommy van der Vorst.