Benchmark toegang en vaardigheden ten behoeve van ICT-toets

Het belang van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in ons dagelijks leven kan moeilijk worden overschat. De informatiesamenleving die ons al zo lang wordt voorgespiegeld krijgt momenteel daadwerkelijk vorm. Bedrijfssectoren digitaliseren evenals andere sectoren van maatschappelijke activiteit. Internet drukt steeds duidelijker zijn stempel op economie, onderwijs en het functioneren van de overheid. De substantiële rol van ICT in de informatiesamenleving vereist een adequate voorbereiding van de huidige en toekomstige (beroeps)bevolking op het gebruik van deze hulpmiddelen. De vraag die dan ook aan de orde is, is in hoeverre op alle niveaus en alle segmenten van de samenleving sprake is van voldoende toegang, kennis en vaardigheden ten behoeve van die informatiesamenleving of dat wellicht sprake is van een digitale tweedeling . Digitale geletterdheid is een voorwaarde voor een samenleving die de ambitie heeft om voorop te lopen in de transformatie naar een informatiesamenleving. Zoals topsport alleen kan bestaan bij de gratie van een sterke basis is ook een topprestatie van Nederland in de digitale economie alleen mogelijk wanneer er in de breedte wordt geïnvesteerd in het ´aangesloten zijn´ en ICT-vaardigheden. Ambities op aanverwante terreinen (c.q. pijlers van de ICT toets) als innovatie in ICT en E-government kunnen alleen worden gerealiseerd als de randvoorwaarde van een brede toegang en vaardigheden is vervuld.

Pijler C beoogt inzicht te geven in de aansluiting van burgers, werknemers, leerlingen, en consumenten op nieuwe ontwikkelingen in de digitale samenleving. Toegang en vaardigheden vormen de schakel tussen de (economische) vraag naar en het (maatschappelijke) aanbod van in ICT geschoolde arbeidskrachten. Inzicht in het potentiële reservoir van ICT kennis en in ICT geschoolde arbeidskrachten laat zien in hoeverre de verdere ontwikkeling van onze digitale economie vergeleken met het buitenland gestoeld is op een stevige basis en of bijsturing in de vorm van ruimere toegangsmogelijkheden en betere vaardigheden gewenst is. De centrale vraag in het onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling en vulling van de ICT-toets, pijler C, luidde daarbij als volgt:

Wat is de relatieve positie van Nederland op het terrein van ICT toegang en vaardigheden in algemene zin en in het bijzonder in afzonderlijke sectoren van de samenleving, zoals onderwijs, bedrijven, particulieren en openbare ruimten?

Concluderend kan worden opgemerkt dat de campagneleuze ´Nederland gaat digitaal´ niet vanzelfsprekend is. De belangrijkste conclusies per aspect zijn de volgende.

Toegang

Nederland scoort op het punt van ´toegang´ in vergelijking met de benchmarklanden redelijk tot middelmatig. Punten van zorg zijn vooral de relatief lage internettoegang van werknemers, de mate waarin scholen zijn toegerust voor de digitale samenleving en de relatief hoge kosten van internettoegang in Nederland. Hoewel de telecominfrastructuren goed zijn ontwikkeld, is het de vraag of de voorsprong op ´de kabel´ voldoende wordt uitgenut en ook de relatief late uitrol van ADSL baart zorgen. Al met al wordt in tegenstelling tot een aantal andere landen niet over de volle breedte en niet voldoende ruim geïnvesteerd in het maximaliseren van de toegang tot het ´gereedschap´ van de digitale samenleving.

Vaardigheden

Digitale competenties - in al zijn verscheidenheid - van leerlingen, werknemers en burgers vormen de belangrijkste sleutel tot verdere ontwikkeling van de informatiemaatschappij. Op het merendeel van de vaardigheidsindicatoren zit Nederland aan de verkeerde kant van het midden of is Nederland zelfs hekkensluiter. Het overheersende beeld is dat de actuele positie van Nederland op het punt van huidige en nieuwe ICT-vaardigheden niet stevig genoeg is. Door transfer en uitstraling van ICT-kennis kan de noodzakelijke "competentie-basis" voor verdere digitale ontwikkeling verder worden verbreed. Om die verdere ontwikkeling continue te stimuleren is ook de vernieuwing van de kennisbasis over digitaal leren (e-learning), de betekenis van ICT voor leren in de werkomgeving en de betekenis van technologie voor het onderwijs nodig.

Content

De score op content gerelateerde indicatoren zoals het aantal websites per 1000 inwoners (relatief goed) en de ontwikkeling van multimedia content (redelijk) en het relatieve gemak waarin de meeste Nederlanders zich in een door de Engelse taal gedomineerde wereld bewegen geven vooralsnog minder aanleiding tot zorgen.

Gebruik

Wat betreft praktisch gebruik van ICT en internet in de thuis-, de werk en de schoolsfeer scoort Nederland matig tot gemiddeld ten opzichte van de benchmarklanden. Belangrijkste punten van zorg zijn het daadwerkelijk doorvoeren van ICT en internet in de kern van het huishouden, de bedrijfsvoering en het schoolsysteem en het op basis hiervan ontwikkelen van nieuwe toepassingen. Over de hele breedte lijkt meer ambitie en een hoger investeringsniveau vereist. In de schoolomgeving is de noodzaak van een cultuuromslag het meest evident.

  • Projectnummer
    2000.32
  • Opdrachtgever(s)
    Ministerie van Economische Zaken
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Pim den Hertog
Senior partner / senior adviseur