Breedband en de gebruiker V

In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, UPC en het Stimuleringsfonds voor de Pers onderzoekt Dialogic wat het ‘gemiddelde’ Nederlandse huishouden anno 2010 online doet. Op welke manier verzamelt de internetter informatie voor privé-doeleinden, hoe communiceert hij of zij met anderen, in welke mate wordt internet gebruikt voor entertainment en welke transacties (online aankopen, internetbankieren) worden door hem of haar online afgehandeld?

Breedband en de Gebruiker onderzoekt het Nederlandse internetgebruik dus in haar volledige breedte. Vanuit een gebruikersperspectief wordt bovendien inzicht verkregen in de veranderingen die zich aftekenen in het internetgebruik. Omdat het onderzoek voor de vijfde keer wordt uitgevoerd, kunnen veranderingen consistent over een periode van bijna tien jaar in kaart worden gebracht. Nieuw in deze editie zijn de vragen rondom mobiel internetgebruik.

De vragenlijst staat tot en met januari 2010 online. In februari 2010 wordt een dagboekonderzoek gehouden en in maart 2010 wordt er een gebruikersbijeenkomst georganiseerd. In het dagboekonderzoek krijgen geïnteresseerden elke dag een stelling of een vraag voorgelegd die ze in eigen bewoording kunnen beantwoorden. Bij de gebruikersbijeenkomst gaan internetgebruikers de discussie met elkaar aan. Op deze wijze zoekt Breedband en de Gebruiker naar de betekenis die internetgebruikers geven aan internet. De resultaten van het onderzoek zullen in april 2010 publiek bekend worden gemaakt.

Het gebruik van internet voor privédoeleinden is in Nederland niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. Meer dan 90% van de gebruikers internet dagelijks, 80% zelfs meermaals per dag.

Deze vijfde editie van het onderzoek Breedband en de Gebruiker toont een actueel beeld van de wijze waarop de internetter invulling geeft aan zijn tijd online. Uit deze studie blijkt dat internetgebruik de laatste 2 jaar nog intensiever is geworden. Internetters zijn vaker en langer online, gemiddeld 18 uur per week, met een uitschieter op de maandag en een dip op zaterdag. De internettende Nederlander gebruikt internet met name voor het opvragen van informatie en om te communiceren. In mindere mate gebruikt zij internet voor entertainmentdoeleinden of transactietoepassingen. Opvallend in deze editie is ook de toename van het aantal mobiele internetgebruikers.

Bestaande online communicatietoepassingen als e-mail blijven onverminderd populair, slechts 0,4% van de internettende Nederlanders gebruikt dit niet. Hiernaast is een sterke stijging in het gebruik van social media zichtbaar. Zo is het aantal internettende Nederlanders met een profielsite als Facebook of Hyves ten opzichte van 2007 verdubbeld naar 66%. Het bijhouden van een eigen website of blog is steeds meer gemeengoed, in 2003 had slechts 2% een eigen site of blog. Anno 2010 is dat percentage opgelopen tot 34%. Het gebruik van Twitter blijft nog beperkt (19%).

Internetters die overstappen naar een andere type internetverbinding doen dit voornamelijk vanwege de hogere downloadsnelheid (43%) en een lagere prijs (38%). Echter, een niet te verwaarlozen deel gebruikers (31%) is onbekend met de snelheid van de eigen internetverbinding. Deze groep lijkt vooral te kijken naar de prijs en de verbinding af te nemen zoals die wordt aangeboden.

Het aantal internetters dat naast zijn vaste verbinding ook mobiel internet gebruikt, stijgt van 25% in 2007 tot bijna 40% in 2010. Ondanks deze toename wordt mobiel internet door de gebruikers niet gezien als een vervanging van de vaste verbinding, maar eerder als een verlengstuk hiervan.

De Nederlandse internetter verneemt nieuws vooral via televisie (87%), gratis nieuwssites (76%) en de radio (59%). Betaalde nieuwssites blijven met 20% achter. Via de computer en de mobiel wordt op meerdere momenten per dag nieuws bekeken, voor het lezen van achtergrondartikelen en opinie stukken blijft de gedrukte krant echter favoriet.

Spam wordt nog steeds als het grootste ongemak van internet gezien (85%), gevolgd door virussen en ongewenste content (beide 62%). Internetters maken daarom gebruik van spamfilters en firewalls, maar zijn ook voorzichtig met het invoeren van betalingsgegevens en het online zetten van persoonsgegevens. Internetgebruikers schatten hun digitale vaardigheden hoog in, 86% geeft aan in staat te zijn om goed met internet om te gaan. Toch blijkt dat slechts 55% verder kijkt dan de eerste 10 zoekresultaten, of publicatiedata nagaat (herkomst en datum, respectievelijk 49% en 67%). Het lijkt erop dat internetters zich digitaal vaardiger inschatten dan zij daadwerkelijk zijn.

  • Publicatienummer
    2009.010-1012
  • Publicatiedatum
    1 mei 2010
  •  
  • Projectnummer
    2009.010
  • Opdrachtgever(s)
    Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
    UPC
    Stimuleringsfonds voor de Pers
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Sven Maltha
Senior partner / senior adviseur