Evaluatie regeling Innovatie Prestatie Contracten

Het innovatievermogen van het MKB is minder goed ontwikkeld dan feitelijk mogelijk is. Minder dan de helft van het Nederlands MKB is structureel bezig met innovatie. Slechts vijf procent doet expliciet en systematisch aan R&D. Beleidmakers zien dit als een gemiste kans, ook met het oog op de belangrijke economische toegevoegde waarde van het MKB. Immers, het totale Nederlandse MKB kent ruim 4 miljoen werknemers en heeft een omzet van zo’n € 750 miljard.

Hiervoor zijn verschillende redenen aan te wijzen. Meest belangrijk is misschien wel dat veel MKB’ers simpelweg de tijd, het geld en de kennis missen om (intern) structureel met innovatie bezig te zijn. Dat is een van de redenen dat meer en meer naar open innovatie gekeken wordt: bedrijven zouden moeten samenwerken met hun omgeving en interne en externe ideeën moeten combineren om tot vernieuwing van producten, processen en diensten te komen.

De subsidieregeling Innovatie Prestatie Contracten (IPC) probeert precies dat te stimuleren. Om samenwerking en kennisoverdracht tussen MKB-ondernemers tot stand te brengen worden meerjarige innovatietrajecten met groepen bedrijven gestart en financieel ondersteund. MKB’ers voeren binnen zo’n traject individuele én collectieve innovatieplannen uit.

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken zal Dialogic de IPC-regeling de komende maanden evalueren. Hoofdvraag van het onderzoek is in welke mate IPC’s bijdagen aan het verhogen van de innovatiekracht van het MKB, zowel tijdens de looptijd van een traject als erna. Om deze en andere vragen te beantwoorden, voeren we interviews uit met betrokkenen, wordt een survey uitgezet onder deelnemende bedrijven en organiseren we een interactieve workshop.

De IPC-regeling bestaat sinds 2007 en richt zich op het stimuleren van innovatie in het Midden- en Kleinbedrijf. Meer specifiek richt de regeling zich op groepen bedrijven die een bepaalde samenhang kennen. Het kan gaan om een branche, maar ook om een regionaal samenwerkingsverband om samenwerking binnen een keten of om bedrijven die met dezelfde technologie werken. Het gaat om groepen van minimaal 15 en maximaal 35 bedrijven die zich verplichten tot het uitvoeren van individuele en collectieve innovatieplannen. Deze groepen bedrijven staan onder regie van een penvoerder die een belangrijke rol heeft in de selectie en begeleiding van de bedrijven bij het uitvoeren van hun (gezamenlijke) innovatieplannen. In dit rapport worden de resultaten besproken van een evaluatiestudie waarin de volgende zaken centraal stonden:

  • de werking en beleidsresultaten van het IPC-programma
  • de doelmatigheid en doeltreffendheid van het instrument en hoe die verhoogd kunnen worden
  • de mate waarin IPC´s - nu en in de toekomst - bijdragen aan de innovatiekracht van het MKB.

Uit de evaluatie blijkt allereerst een duidelijk effect van de IPC-regeling op het innovatiegedrag van deelnemende bedrijven. 86% van de deelnemende bedrijven geeft aan dat door deelname aan het IPC in de toekomst meer aan R&D zal worden gedaan. Bijna 80 % van de respondenten geeft bovendien aan meer aan het management van innovatie te (gaan) doen. Er is dus sprake van een professionaliseringsslag in de omgang met innovatieprojecten. Met name de penvoerders geven aan een verschil in innovatiegedrag te zien bij ´hun´ IPC-deelnemers. Sommige penvoerders spreken van het institutionaliseren van innovatieprocessen bij de deelnemers; anderen geven aan dat er in de bedrijven een cultuur is ontstaan waarin meer ruimte is voor nieuwe en risicovolle trajecten en voor samenwerking met anderen. Een tweede belangrijk effect is dat de deelnemende bedrijven een duidelijk positief effect melden van de deelname aan een IPC op de resultaten van het bedrijf. 69% van de deelnemers rapporteert een positieve bijdrage van het IPC aan de ontwikkeling van de winst. 74% van de deelnemers rapporteert een positieve bijdrage van het IPC aan de omzetontwikkeling.

  • Publicatienummer
    2010.018-1020
  • Publicatiedatum
    31 augustus 2010
  •  
  • Projectnummer
    2010.018
  • Opdrachtgever(s)
    Ministerie van Economische Zaken
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Reg Brennenraedts
Senior partner / senior adviseur