Feitenonderzoek Breedband

Snel en hoogwaardig breedband wordt algemeen gezien als voorwaarde voor een concurrerende, innoverende en duurzame kenniseconomie. Nederland neemt op dit terrein internationaal een koploperspositie in, onder meer gebaseerd op sterke concurrentie in de last mile. Het Ministerie van Economische Zaken hecht er grote waarde aan deze positie ook in de toekomst te behouden en optimaal te benutten. De verdere ontwikkeling van bestaande en nieuwe breedbandinfrastructuren naar Next Generation Infrastructures (NGI) wordt dan ook gezien als van groot strategisch belang voor de ontwikkeling van maatschappij en economie als geheel. Vraag daarbij is vooral hoe op basis van vraag en aanbod de migratie naar deze NGI´s zou kunnen plaatsvinden.

Het Ministerie van Economische Zaken heeft TNO en Dialogic de opdracht gegeven om een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de te verwachten aanbod en vraag in Next Generation Infrastructure in Nederland in 2010, 2015 en 2020.

Het onderzoek is hoofdzakelijk gebaseerd op desk research waarbij beschikbare openbare bronnen worden geraadpleegd, aangevuld met expert opinions en professionele inschatting van de onderzoekers. De bevindingen uit het onderzoek worden op hoofdlijnen getoetst bij een aantal relevante marktpartijen middels interviews.

Er komen steeds meer digitale diensten beschikbaar én de adoptie, diversiteit en afhankelijkheid van die verschillende diensten neemt toe. Maar minstens zo belangrijk voor het bandbreedteverbruik is het feit dat diensten steeds breedbandiger worden. Dat is met name het gevolg van de integratie van videobeelden in tal van diensten, ook transsectoraal.

Op basis van diverse gerenommeerde bronnen schatten wij dat de gemiddelde vraag naar bandbreedte tussen nu en 2020 op vaste aansluitingen in Nederland exponentieel zal groeien met circa 30% tot 40% per jaar.

Om een aantal redenen hebben de onderzoekers gekozen voor een betrekkelijk conservatieve schatting. De belangrijkste reden hiervoor is dat er in Nederland nauwelijks meer exogene groei op het vaste net zal plaatsvinden, enkel endogene. De groei zal bijna volledig moeten komen uit ´Nederlanders die meer gaan internetten´ en niet uit ´meer Nederlanders die gaan internetten´. Wel valt te verwachten dat binnen huishoudens het gelijktijdig gebruik nog verder toeneemt. Berekeningen laten een brede marge zien voor de gemiddelde downloadsnelheid in 2020, die neerkomt op 75 Mbit/s - 400 Mbit/s. De onvoorspelbaarheid van het succes van toekomstige diensten en devices die veel bandbreedte gaan gebruiken - zoals Net TV, HD-streaming, cloud computing en HD-teleconferencing - geven een grote mate van onzekerheid aan voorspellingen voor 2020. Hetzelfde geldt voor het versneld aanbieden van grote bandbreedtes als gevolg van grote investeringen in NGN-infrastructuur. Wij verwachten dat de huidige, vrij sterke bandbreedte-asymmetrie aan de vraagzijde weliswaar minder wordt, maar dat de asymmetrie een blijvend kenmerk is, met een indicatieve ondergrens van circa 1:5. In principe hoeven asymmetrische accesstechnologieën geen beperking te vormen voor het goed faciliteren van symmetrische diensten zoals HD-videoconferencing, zolang de upsnelheid voldoende hoog en gegarandeerd is.

  • Publicatienummer
    2009.142-1010
  • Publicatiedatum
    15 januari 2010
  •  
  • Projectnummer
    2009.142
  • Opdrachtgever(s)
    Ministerie van Economische Zaken
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Sven Maltha
Senior partner / senior adviseur