Gebruik internationale DNA-databanken door geadopteerden n.a.v. interlandelijke adopties

In 2021 stelde de Commissie Onderzoek Interlandelijke Adoptie (Commissie Joustra) vast dat er, onder toezicht van de Nederlandse overheid, grove misstanden plaats hadden gevonden bij interlandelijke adopties in de vorige eeuw. Geadopteerden die op zoek wilden gaan naar hun biologische familie troffen fouten in hun adoptiedossiers aan of bleken helemaal geen adoptiedossier te hebben. Zonder informatie over komaf is het niet mogelijk (of verschrikkelijk ingewikkeld) om op zoek te gaan naar familie of vragen over de identiteit te beantwoorden.

Na aanleiding van het rapport van de Commissie Joustra werden interlandelijke adopties opgeschort (alhoewel ze nu wel weer mogelijk zijn) en werd er een Expertisecentrum Interlandelijke Adoptie opgericht. Dit Expertisecentrum zou geadopteerden moeten begeleiden in hun zoektocht naar familieleden en psychosociale en juridische hulp moeten gaan aanbieden. Echter, zonder papieren geen zoektocht toch?

Sinds een aantal jaar zijn commerciële DNA-databanken aan het groeien, in zowel aantal als grootte. Individuen kunnen hun DNA opsturen (door te spugen in een buisje of door het wangslijm met een wattenstaafje te swipen) naar deze bedrijven. Deze bedrijven kunnen hun dan vertellen waar hun voorouders oorspronkelijk vandaan komen en of ze van koriander houden (tenminste, ze beweren dat ze dat kunnen). Daarnaast hebben deze DNA-databanken ook aan Relative finder. Hier wordt het DNA vergeleken met alle (vaak miljoenen) andere DNA-profielen in de database om een match te vinden: een familielid.

Het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC; onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid) vroeg aan Dialogic om uit te zoeken of het Expertisecentrum geadopteerden aan zou moeten raden gebruik te maken van deze commerciële DNA-databanken. Daarnaast moest er ook een afwegingskader ontwikkeld worden die de keuze voor een specifieke DNA-databank zou begeleiden. Het volledige rapport inclusief afwegingskader in respons is hier te vinden.

Wij vonden dat er op technisch vlak weinig bezwaren zijn voor het gebruik van commerciële DNA-databanken. De testen zelf zijn betrouwbaar en hebben een lage false positive en false negative rate. Echter, statistisch gezien is de kans op een match met een familielid (die dichtbij genoeg staat om een zoektocht te starten) extreem klein – zelfs in de grootste databank. Databanken zitten over het algemeen vol met Westerse DNA-profielen en niet met DNA-profielen uit de landen waar geadopteerden vandaan komen. Die profielen zijn nou net nodig om te kunnen starten met een zoektocht. Bij het kiezen voor het wel of niet gebruiken van DNA-databanken zijn daarnaast ook juridische overwegingen van belang. Wat gebeurt er met jouw (uiterst persoonlijke) data en wie heeft er toegang toe? De databanken die hier onderzocht zijn voldeden echter allemaal aan de minimale eisen voor een verantwoordelijke en veilige manier van omgang met DNA-materiaal. Ten derde is het vinden van een familielid vaak een emotioneel proces voor geadopteerden. De mate waarin de DNA-databanken psychosociale ondersteuning bieden verschilt onderling sterk. Dit sociale aspect kan in ons afwegingskader ook meegenomen worden in de keuze voor het gebruik willen maken van een DNA-databank.

Voor verdere vragen over dit onderzoek kan er contact opgenomen worden met de projectleider Robbin te Velde (tevelde@dialogic.nl). Ook spreekt Robbin op 26 september 2022 bij het Kenniscafé van het Ministerie van Justitie en Veiligheid over dit onderzoek.

  • Publicatienummer
    2021.201.2220
  • Publicatiedatum
    12 september 2022
  •  
  • Projectnummer
    2021.201.2220
  • Opdrachtgever(s)
    WODC
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Robbin te Velde
Principal consultant