Inventarisatie Ruimteonderzoek in Nederland

In opdracht van het Ministerie van OCW heeft Dialogic het ruimteonderzoek (“onderzoek in of vanuit de ruimte”) in Nederland in beeld gebracht.

Voor de inventarisatie is informatie over 56 onderzoeksgroepen bijeengebracht die in meer of mindere mate actief zijn in het ruimteonderzoek. Ook is een uitgebreide bibliometrische analyse en een serie interviews uitgevoerd. Enkele van de de sleutelbevindingen zijn de volgende:

  1. Nederland kent ruim 50 onderzoeksgroepen op het gebied van ruimteonderzoek. Dat duidt erop dat ruimteonderzoek in het wetenschappelijke onderzoek breed is ingebed. Er zijn veertien onderzoeksgroepen met meer dan 20 FTE die zich bezighouden met ruimteonderzoek. In totaal gaat het bij deze 14 onderzoeksgroepen om circa 850 FTE. Opgeteld gaat het om circa 1000 FTE bij de 39 onderzoeksgroepen die hebben bijgedragen aan de evaluatie. Elf hiervan zijn aan te merken als gespecialiseerde onderzoeksgroepen/instituten die zich exclusief of in belangrijke mate toeleggen op ruimteonderzoek en waarvan 50% of meer van de onderzoekers werkzaam is als ruimteonderzoeker.
  2. Het ruimteonderzoek neemt toe in omvang en is steeds breder verankerd binnen het kennislandschap. Naast de 11 kernspelers bestaat een grote groep van ruim 40 groepen/instituten waar wordt bijgedragen aan de beschikbaarheid van ruimtevaarttechnologie en ruimtevaarttoepassingen of die toeleverancier zijn van ruimteonderzoek of een afhankelijkheid kennen van ruimteonderzoek.
  3. Nederlands ruimteonderzoek kent in internationaal vergelijk een grote wetenschappelijke impact. In vergelijking tot de output van de 20 grootste landen heeft Nederland in de afgelopen jaren (2014-2019) relatief zeer veel gepubliceerd in Astronomie/Astrofysica (1e plek), Aardobservatie (3e plek) en Microgewicht (6e plek). Aardobservatie is uitgegroeid tot een tweede, brede Nederlandse wetenschappelijke sterkte binnen het ruimteonderzoek naast Astronomie/Astrofysica.  Gemiddeld genomen heeft het Nederlandse ruimteonderzoek (ruime afbakening) een grote citatie-impact (~5e plaats wereldwijd) ten opzichte van de output (~15e plaats wereldwijd). In de grote thema’s Astronomie/Astrofysica en Aardobservatie is de citatie-impact het grootst.
  4. De ‘hittekaarten’ die op basis van de bibliometrische analyse per thema zijn opgesteld, geven een goed beeld in welke mate het onderzoek op het betreffende thema geconcentreerd is bij enkele spelers of juist breder gespreid is. De mate van spreiding verschilt niet alleen binnen de acht thema’s, maar ook binnen de individuele thema’s op het niveau van subthema’s (of zogenaamde topic clusters). De hittekaarten zouden een nuttig hulpmiddel kunnen zijn om te bezien waar onderzoekssamenwerking – voor zover nog niet aanwezig – verder versterkt zou kunnen worden.

De studie is van belang met het oog op besluitvorming over het stimuleren van ruimteonderzoek (nationaal, Europees), eventuele prioritering binnen het ruimteonderzoek en ook als eerste stap ter voorbereiding van de ministeriële conferentie van de European Space Agency (ESA) in 2022.

Dit onderzoek is op 2 juni aangeboden aan de Tweede Kamer (zie Kamerbrief). De resultaten van de studie zijn samengevat in een infographic.

  • Publicatienummer
    2020.013-2103
  • Publicatiedatum
    1 juni 2021
  •  
  • Projectnummer
    2020.013
  • Opdrachtgever(s)
    Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Pim den Hertog
Senior partner / senior adviseur