Monitoring Universum

Tot dusver hebben nog maar weinig scholen in het voortgezet onderwijs (havo/vwo) gekozen voor profilering en verdere ontwikkeling van het bètaonderwijs of voor het centraal stellen van exacte vakken in het schoolprofiel. Om scholen te stimuleren zich als bètaschool te profileren en extra aandacht te besteden aan aard en niveau van de exacte vakken en zo de in- en uitstroom richting bèta te verhogen, heeft het Platform Bèta Techniek het Universum Programma ingesteld.

Met het stimuleren van de exacte vakken beoogt het Platform te laten zien dat deze vakken breed van opzet zijn, overal voor te gebruiken zijn en een veelomvattende voorbereiding voor het bèta / techniek gerichte hoger onderwijs zijn. Centraal in het Universum Programma staat het eigen instellingsbeleid van de school. Onderliggende gedachte is dat scholen die werken aan een integrale aanpak van het onderwijs in exacte vakken, genoeg goede bagage meegeven aan leerlingen waarop zij reële keuzes kunnen baseren. Een Universum school kiest voor extra aandacht voor de bètavakken, niet alleen voor deze vakken afzonderlijk, maar ook voor goede onderlinge samenhang tussen deze vakken, zowel in onder- als bovenbouw. Andere kernelementen van Universum scholen betreffen de aandacht voor de uiteenlopende behoeften van verschillende leerlingdoelgroepen (meisjes, havo/vwo) en de nadruk op stimuleren (in tegenstelling tot selecteren) in het bètaonderwijs.

Het Platform streeft er naar dat ca. 20% van alle scholen in Nederland uiteindelijk voor een bètaprofiel kiest. Met het oog op een vliegende start is een eerste tranche van 35 scholen benaderd die al actief zijn in vernieuwing van hun bètaprogramma, al goede instroomresultaten naar NT en NG profielen realiseren dan wel in de afgelopen jaren veel vooruitgang hebben geboekt. Van de 35 scholen die zijn uitgenodigd deel te nemen aan het Universum Programma, hebben 29 scholen uiteindelijk aangegeven geïnteresseerd te zijn in deelname.

Dialogic is door het Platform Bèta Techniek gevraagd te assisteren bij de organisatie en opzet van de intakegesprekken met de eerste tranche UP scholen, de verslaglegging van deze gesprekken te verzorgen en een voorzet te doen voor de manier waarop de voortgang in het UP kan worden gemonitord. Het doel van de monitor is een nulmeting waarin in kaart wordt gebracht: wat de uitgangssituatie van de Universum scholen is; op welke taartpunten in het Universumkompas deze scholen de nadruk leggen; de wijze waarop de financiële stimulering wordt aangewend; de verwachte (en voor zover dat aan de orde is: de waargenomen) effecten ervan, en (meer specifiek) de waargenomen good practices, initiatieven met een relatief groot leereffect, die relatief gemakkelijk overdraagbaar zijn aan nieuwe deelnemers aan het Universum programma, of die zich relatief goed lenen voor samenwerking tussen scholen.

Enkele conclusies uit de samenvatting zijn:

  • De meeste geraadpleegde UP scholen zien de begeleiding bij profielkeuze- en vervolgstudiekeuze momenteel niet als een belangrijk instrument ter vergroting van de instroom in N-profielen en de uitstroom naar bètagerelateerde vervolgopleidingen. Slechts een klein deel van de UP scholen ziet deze begeleiding als een bepalende factor.
  • Over het geheel genomen kiest een relatief kleine groep meisjes voor het NT profiel. Als meisjes voor N kiezen is dat in veruit de meeste gevallen voor het NG profiel. Niettemin blijken de meeste UP scholen geen specifiek schoolbreed beleid te voeren om de instroom van meisjes in het NT profiel te stimuleren.
  • Veruit de meeste UP scholen maken in de didactische aanpak van het bètaonderwijs geen expliciet onderscheid tussen vwo- en havo-leerlingen. Dominant lijkt het patroon waarin experimenten met onderwijsvernieuwing worden gedragen door vwo bovenbouw docenten, en bij succesvol verloop - veelal gefaseerd - in hooguit licht aangepaste vorm doorsijpelen naar lagere klassen en naar havo-onderwijs.
  • Dit "doorsijpelmodel" staat haaks op de behoefte aan een meer gedifferentieerde aanpak in de didactiek, rekening houdend met verschillen in leerstijl, tussen jongens en meisjes, tussen leerjaren, en tussen onderwijstype.
  • Veel UP scholen zijn op zoek naar nieuwe manieren van leren om het onderwijs aantrekkelijker en uitdagender te maken voor leerlingen en effectiever in te richten. Tussen de UP scholen bestaan grote verschillen in vernieuwingsdrang en experimenteerdrift. Enerzijds gaat een aantal UP scholen tamelijk ver in vernieuwend bètaonderwijs, anderzijds is er ook een groep UP scholen die zoeken naar een afgewogen balans tussen traditioneel, degelijk, op de overdracht van vakkennis gericht bètaonderwijs en gedoseerde vernieuwing om de leerling te triggeren en te enthousiasmeren. In de samenvatting worden kort enkele initiatieven genoemd.
  • Tussen vwo- en havo-leerlingen aan de UP scholen treden opvallende verschillen op in gemiddelde profielscores. Bedragen de gemiddelde N scores - het aandeel geslaagde leerlingen met een N profiel - bij de havo-leerlingen 30,7%, bij de vwo-ers ligt dit aandeel met 47,1% anderhalf keer zo hoog. Dit verschil is vooral herleidbaar op hogere NG scores bij de vwo-ers.
  • In de deelnemende UP scholen blijken vwo-ers beter naar het β/t HO door te stromen dan havo-leerlingen. De doorstroomquote - het aandeel geslaagde leerlingen dat doorstroomt naar het β/t HO - is bij vwo-ers 18,6%, bij havo-leerlingen 14,3%.
  • In algemene zin vormen de profielscores een geschikte indicator voor de ontwikkeling van de instroom en potentiële doorstroom van VO-leerlingen naar bèta techniek (vervolg) opleidingen. Met het oog op de aanzienlijke verschillen van jaar tot jaar lijkt het ons raadzaam om daarbij meerjaarlijkse gemiddelden te gebruiken (2001-03 of 2001-04).
  • In algemene zin vormen de doorstroomcijfers - in aanvulling op de profielscores -een geschikte indicator voor de ontwikkeling van de doorstroom van VO-leerlingen naar bèta techniek (vervolg) opleidingen. Indien parallel aan de profielscores ook bij de doorstroomcijfers aanzienlijke verschillen van jaar tot jaar optreden, lijkt het ons raadzaam om daarbij meerjaarlijkse gemiddelden te gebruiken (bijv. 2003-04 of 2003-05) .
  • Publicatienummer
    2005.055-0531
  • Publicatiedatum
    1 december 2005
  •  
  • Projectnummer
    2005.055
  • Opdrachtgever(s)
    Platform B├Ęta Techniek
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Sven Maltha
Senior partner / senior adviseur