Quick scan Universum – Jet-Net

Het tekort aan bètastudenten en -technici in ons land is een bron van aanhoudende zorg in beleidskringen. Bevordering van het studeren van bèta en techniek heeft daarom een hoge prioriteit, getuige het Deltaplan Bèta en techniek. Dit plan houdt in dat geld wordt uitgetrokken voor het aantrekkelijker maken van bètaonderwijs. Daarnaast beoogt het plan een grotere instroom van getalenteerde mensen in het onderzoeksbestel. "Het onderzoeksbestel zelf moet er door goede begeleiding voor zorgen dat zij worden gevormd tot goede onderzoekers en dat de besten van hen dankzij aantrekkelijke carrièreperspectieven in het Nederlandse onderzoek blijven werken. Dat geldt in het bijzonder voor bèta’s en technici." Het Deltaplan Bèta Techniek mikt op een vergroting van de uitstroom van het hoger technisch onderwijs en de hogere bètaopleidingen met 15% in 2010 (ten opzichte van 2000). Voor de realisatie van deze ambities is in 2004 het Platform Bèta Techniek opgericht.

Het totale programma van het Platform wordt in 2006 middels een mid-term review geëvalueerd. De centrale vraag is of de verschillende programma’s bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van het Deltaplan. In de context van de mid-term review wordt ook een quick scan uitgevoerd, gericht op het vaststellen van raakvlakken tussen het Universum Programma en Jet-Net, het Jongeren en Techniek Netwerk. Hierbij ligt de focus op die UP scholen die ook actief zijn in Jet-Net.

Van de 100 Jet-Net-scholen die hebben gereageerd op de webenquête, geeft driekwart aan onderbouwactiviteiten te organiseren, of daar aan deel te nemen, vooral op het gebied van voorlichting. In 40% daarvan betreft het overigens slechts één activiteit. De activiteiten worden overwegend voor klas 3 georganiseerd; klas 1 en 2 blijven enigszins achter. Jet-Net-scholen die ook deelnemen aan het Universum programma, hebben relatief meer oog voor het belang van onderbouwactiviteiten. Het gros van de scholen organiseert Jet-Net-activiteiten voor 3e klas, doorgaans in het teken van de profielkeuze. Met name gastlessen en workshops dan wel practica worden veel gebruikt voor 3e klas voorlichting.

Driekwart van de geraadpleegde scholen heeft een Jet-Net-contract op directieniveau ondertekend met het partnerbedrijf. Bij sommige bedrijven hebben alle scholen een dergelijk contract ondertekend. De spreiding in het beschikbare aantal taakuren ten behoeve van extracurriculaire activiteiten zoals Jet-Net is erg groot: relatief veel scholen geven aan dat er geen taakuren beschikbaar zijn voor Jet-Net-activiteiten c.q. de coördinatie daarvan, terwijl andere scholen maar liefst 200 uren opgeven. Opvallend is het hoge gemiddelde van UP-scholen (tranche 1 en 2). Een verklaring hiervoor is dat de UP-middelen onder andere ingezet worden voor personele zaken (coördinatoren, bètacommissies etc.). Daarnaast werkt de schooldirectie hoofdzakelijk aan verankering van Jet-Net middels kostenvergoeding, roostertechnische maatregelen en nieuw- dan wel verbouw van de bètaomgeving. Scholing voor vakdocenten en decanen blijft bijzonder achter.

De respondenten ervaren inbedding in het programma in termen van beschikbare tijd, afstemming met het curriculum en groepsgroottes als voornaamste knelpunt. Eerder bleek al dat respondenten Jet-Net goed ingebed vinden in het curriculum. Nu wordt dit ook als knelpunt benoemd. Bedrijfscontacten en draagvlak op school, aspecten die gerelateerd zijn aan betrokkenheid, worden niet of nauwelijks als knelpunt gezien.

Opvallend veel Jet-Net-scholen noemen het betrekken van onderbouwklassen (ook klas 3 ter voorbereiding op de profielkeuze) bij Jet-Net als toekomstwens. In dezelfde lijn liggen wensen omtrent het incorporeren van een doorlopende leerlijn. Een tiental respondenten noemt overigens één Jet-Net-partner als belemmerend: zij geven de voorkeur aan een mix van contacten om zodoende een spreiding van activiteiten te verkrijgen. Dat bevordert tevens de betrokkenheid van andere secties.

  • Publicatienummer
    2006.054-0633
  • Publicatiedatum
    23 oktober 2006
  •  
  • Projectnummer
    2006.054
  • Opdrachtgever(s)
    Platform B├Ęta Techniek
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Pim den Hertog
Senior partner / senior adviseur