Smartcard Bèta Techniek

De smartcard beoogt leerlingen in het VO en MBO te stimuleren zich beter te oriënteren op een vervolgopleiding in de richting van bèta of techniek en een meer bewuste studiekeuze te maken. De kaart moet bijdragen aan een leuke en informatieve confrontatie met de wereld van bèta en techniek (zowel opleidingen als beroepen). De vraag is wat een kaart zou kunnen bijdragen aan deze doelstelling en onder welke voorwaarden de kans op succes het grootst is.

De vraagstelling van het voorgestelde onderzoek is als volgt: Wat is de haalbaarheid en wenselijkheid van de smartcard? Het is zaak in eerste instantie te bepalen welke middelen op welke manier ingezet kunnen worden. Het gaat daarbij primair om bepaling van haalbare opties en functionaliteit van een smartcard, neer te leggen in een aantal varianten. Immers, eerst wanneer voldoende duidelijk is afgebakend wat de smartcard inhoudt, kan aan een of meer doelgroepen (gebruikers) zinvol de vraag worden voorgelegd in hoeverre daaraan behoefte bestaat.

In het licht van de algemene vraagstelling kunnen de volgende centrale deelvragen voor dit onderzoek worden benoemd:

  • Welke haalbare varianten (met daarin uitgewerkte opties en vormen van functionaliteit) van de smartcard kunnen in beginsel aangeboden worden (de haalbaarheidsvraag)?
  • In welke mate bestaat bij onderscheiden doelgroepen behoefte aan de verschillende (haalbare) varianten (de wenselijkheidvraag)?
  • Waar (en hoe) kan een eventuele pilot het beste ingericht worden (de experimenteervraag)?

Enkele resultaten uit het onderzoek zijn:

Geïnterviewden bepleiten bredere insteek van de bèta techniek problematiek binnen het onderwijs: stimulering niet alleen van leerlingen met een duidelijke voorkeur en talent voor een bèta / technische (vervolg)studie, maar ook van studenten die kiezen voor technisch profiel, maar wel affiniteit hebben met techniek. Via een omweg - bijvoorbeeld via vakken zonder het imago maar mét de content van bèta techniek - kunnen leerlingen toch worden "verleid" tot keuze van bèta technische vervolgopleiding.
Smartcards zijn nog in de minderheid, maar wel in opkomst. Deze meer geavanceerde kaarten zijn wat "intelligenter", veelal met een zekere mate van interactief gebruik (in webshopping, loyalty building of doelgroepmarketing). Geavanceerdere toepassingen vragen om een hoger niveau van security management (bescherming van de identiteit van gebruiker en de waarde van de kaart).
De meeste gesprekspartners geloven niet in een smartcard als middel om het keuzegedrag van leerlingen te beïnvloeden. Een dergelijke doelstelling van de smartcard wordt algemeen als te hoog gegrepen beschouwd. Leerlingen laten zich niet rechtstreeks in de keuze van hun studievervolg beïnvloeden door het sparen van punten.

Wel zien de meeste interviewpartners iets in een smartcard die beoogt de informatievoorziening over en de awareness van de (on)mogelijkheden van een bèta techniek studie of baan te verbeteren (realistischer beeld van studie- en beroepsmogelijkheden van bèta techniek; beter imago van een bèta techniek opleidingen/werken). De smartcard heeft hierin dus een indirecte functie richting instroom bèta techniek opleidingen.

Noodzaak tot gedifferentieerde aanpak. Wil de smartcard bij de doelgroep "landen", dan is inspelen op specifieke behoeften van de (sub)doelgroepen absoluut vereist. In dit opzicht zijn Studentenpas en Cultureel Jeugd Paspoort leerzame bronnen van inspiratie.

  • Publicatienummer
    2004.063-0504
  • Publicatiedatum
    1 maart 2005
  •  
  • Projectnummer
    2004.063
  • Opdrachtgever(s)
    Platform Bèta Techniek
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Pim den Hertog
Senior partner / senior adviseur