Wat vindt u van Nijmegen?

De veranderingen in de Woningwet zullen ingrijpende aanpassingen vergen van het beleid voor het welstandstoezicht. In juli 2004 moeten gemeenten een welstandsnota hebben geformuleerd. Wanneer het nieuwe beleid van kracht is, kan een gemeente alleen aan de hand van de toetsingscriteria in deze nota, bouwplannen aan een welstandstoets onderwerpen. Beoordeling geschiedt dan op basis van vooraf opgestelde en voor iedereen toegankelijke criteria. Dit betekent dat andere dan deze vooraf geformuleerde criteria geen rol mogen spelen.

Met deze verandering in de wet worden twee doelen nagestreefd. Ten eerste moet het welstandsbeleid transparant, openbaar en helder worden voor de burger en overige belanghebbenden. Daarnaast wordt gestreefd naar minder regeldruk voor de burger bij het verwezenlijken van kleine bouwinitiatieven.

Deze verplichting vormt een goede aanleiding om het welstandsbeleid in een breder kader te plaatsen en te kiezen voor een integrale ruimtelijke benadering. De gemeente Nijmegen heeft er daarom voor gekozen om het welstandsbeleid te koppelen aan het architectuur-en monumentenbeleid en in een latere fase ook aan andere aspecten die de beeldkwaliteit van het gebied bepalen (bijvoorbeeld milieubeleid, ruimtelijke ordening). In de Kadernota \"Beeldkwaliteit Nijmegen over de Brug\" wordt deze visie geschetst.

Om deze visie uit te werken heeft de gemeente Nijmegen gekozen voor een interactief traject, waarbij de mening van bewoners, deskundigen en andere betrokkenen wordt meegenomen. Een interactieve aanpak bij de ontwikkeling van het integrale beeldkwaliteitsbeleid past bij het streven naar grotere transparantie, openbaarheid en helderheid voor betrokkenen bij het welstandsbeleid. Interactieve instrumenten ondersteunen de communicatie tussen de gemeente en haar inwoners. Bovendien zorgen ze voor versterkte betrokkenheid bij het beeldkwaliteitsbeleid en voor draagvlakontwikkeling. De doelstellingen van dit interactieve traject zijn:

  • Uitdragen van de uitgangspunten van de integrale benadering van het beeldkwaliteitsbeleid, zoals beschreven in de Kadernota Beeldkwaliteit.
  • Inventariseren van meningen en ideeën van betrokkenen rondom vraagstukken die betrekking hebben op beeldkwaliteitsbeleid.
  • Het peilen van meningen over de rollen van de gemeente, de bewoners en deskundigen bij het vormgeven en inrichten van de stad.
  • Het peilen van meningen over de waardering van de stad Nijmegen en de verschillende wijken.

Over de waardering van de leefomgeving bestaat voor een groot deel overeenstemming. Uit de digitale enquête blijkt dat mensen genuanceerd naar de beeldkwaliteit van plekken kijken en daarbij verschillende aspecten onderscheiden. Positief gewaardeerde aspecten hangen vaak samen met historische kenmerken, veel groen in de wijk of stad en met de specifieke ligging. Een negatieve waardering heeft vaak betrekking op verkeerskundige aspecten, veiligheid en onderhoud, zo blijkt uit de internetenquête en de inloopavonden.

Uit de expertworkshop en de inloopavonden kwam tevens naar voren dat bij de beoordeling van de beeldkwaliteit de inhoudelijke kennis over een gebouw, het standpunt, tijdstip en plaats van beoordeling bepalend zijn (hoofdstuk 2).

Een van de conclusies uit de expertworkshop is dat er bij professionals enige terughoudendheid is in het betrekken van bewoners bij de vormgeving en inrichting van de stad. Ook bewoners geven zelf aan dat niet alle wensen en eisen van bewoners kunnen worden meegenomen in de ontwikkeling van de stad.

Uit verschillende onderdelen van het communicatietraject blijkt dat bewoners vinden dat de gemeente een centrale rol moet vervullen in het beeldkwaliteitsbeleid, met name als het gaat om de bescherming van waardevolle bebouwing en het stimuleren van nieuwe hoogwaardige architectuur. Daarnaast is er bij bewoners een grote behoefte aan informatie over de vormgeving en inrichting van de stad (hoofdstuk 3).

Zowel de ligging van de stad op de rand van de stuwwal en aan de Waal als de rijke cultuurhistorie van de stad worden als meest typerend voor de stad Nijmegen gezien, zo blijkt uit de internetenquête, het digitaal debat en de inloopavonden. De gemeente kan echter meer doen om de geschiedenis van de stad beter zichtbaar te maken (hoofdstuk 4).

Hoogbouw in Nijmegen? Deze discussie is gevoerd tijdens de lunchbijeenkomst voor de Dienst Grondgebied en in het digitaal debat op www.nijmegen.nl. Hieruit blijkt dat er duidelijke voor-en tegenstanders zijn. Voorstanders geven als argumenten dat je hiermee het groen in en buiten de stad kan sparen. Er moet wel rekening worden gehouden met de doelgroep waarvoor wordt gebouwd, de vormgeving en de inpassing in het gebied. Tegenstanders geven aan dat in Nijmegen geen hoogbouw moeten worden gebouwd, omdat dit niet past bij het karakter en identiteit van de stad. De vraag is ook of hoogbouw daadwerkelijk nodig is. Er kan immers gezocht worden naar een betere benutting van de ruimte (hoofdstuk 4).

Een van de belangrijkste conclusies uit de inloopavonden is dat bewoners zich ergeren aan slecht onderhoud in de wijk (vooral groen). De gemeente richt zich teveel op de binnenstad en te weinig op aangrenzende wijken. Daarnaast richt de gemeente zich teveel op architectonische en stedenbouwkundige aspecten (vooral spannende projecten, zoals Mariënburg, Plein 44) en te weinig op praktische zaken als onderhoud van de openbare ruimte (hoofdstuk 5).

  • Publicatienummer
    2003.002-0420
  • Publicatiedatum
    1 april 2004
  •  
  • Projectnummer
    2003.002
  • Opdrachtgever(s)
    Gemeente Nijmegen
meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Sven Maltha
Senior partner / senior adviseur